|
De Geschiedenis van het EK
Voetbal
De FIFA keurde de formatie van continentale voetbalbonden goed op haar
buitengewone congres in Parijs in 1953. Dit leidde tot de oprichting
van de UEFA op 15 juni 1954. Het jaar daarop werd voor de eerste maal
de Europacup voor landskampioenen gespeeld, en in 1956 werden de
voorbereidingen gestart voor een competitie van landenteams. Twee jaar
later vonden de allereerste kwalificatie wedstrijden voor het Europees
Landenkampioenschap plaats.
Gemakkelijk ging dat echter niet. De UEFA had moeite met 16 teams te
vinden die bereid waren deel te nemen, maar een late run op
inschrijvingen betekende dat er een voorrondewedstrijd gespeeld moest
worden om het aantal te reduceren tot 16. Ierland verloor deze
wedstrijd van Tsjecho-Slowakije met 4-2 op doelsaldo, zodat de eerste
16 landen die deelnamen aan de competitie Oostenrijk, Bulgarije,
Tsjecho-Slowakije, Denemarken, Frankrijk, de DDR, Griekenland,
Hongarije, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Turkije, de
Sovjet Unie en Joegoslavië waren. Geen enkel team van de Britse
Eilanden besloot om mee te doen.
Het formaat zoals dat bij eerste toernooi gebruikt werd bleef geruime
tijd hetzelfde. De vroege rondes werden gespeeld over twee
wedstrijden, thuis en uit, volgens het knockout principe. Dit duurde
tot de halve finale, die gespeeld werd in het gastland. Vanwege de
bijdragen die Henri Delauney van de Franse voetbalbond aan de UEFA en
Europees voetbal en in het bijzonder het EK, werd de eerste editie van
het eindtoernooi in Frankrijk gespeeld. Ook werd de beker voor de
winnaar van het toernooi naar hem vernoemd.
Hoewel er dankzij een aantrekkelijke loting veel publiek kwam kijken
naar de wedstrijden in de knock-outfase stelden de
toeschouwersaantallen tijdens het eindtoernooi teleur. Deelnemende
ploegen waren gastland Frankrijk, Tsjecho-Slowakije en de Sovjet-Unie.
In de eerste halve finale leidde Frankrijk na een uur spelen met 4-2,
maar dankzij een onwaarschijnlijke comeback won Joegoslavië met 5-3.
De Sovjet Unie had zonder een kwartfinale te spelen de halve finale
bereikt, nadat Generaal Franco Spanje niet toestond tegen hen te
spelen. In de halve finale werd met 3-0 van de Tsjechen gewonnen,
dankzij een formidabel keepende Lev Yashin.
Bij de finale in Parijs gaven beide teams elkaar niet veel toe.
Wederom waren het de kwaliteiten van doelman Yashin die er voor
zorgden dat de uitstekend spelende Joegoslaven bij rust slechts met
1-0 voorstonden. De Sovjet Unie maakte kort na rust gelijk waardoor er
verlengd moest worden. Victor Ponedelnik scoorde zeven minuten voor
tijd het beslissende doelpunt, waardoor de Sovjet-Unie de eerste
winnaar van het EK Voetbal werd.
Bij de editie van 1964 had de politiek wederom invloed op het verloop
van het toernooi. Griekenland weigerde te spelen, omdat het technisch
gezien in oorlog was met Albanië. De belangstelling voor deelname was
groter dan vier jaar terug, 22 van de 33 Europese landen streden
ditmaal deden mee. De eerste verrassing was de uitschakeling van het
Nederlands Elftal door Luxemburg, hoewel beide wedstrijden op
Nederlandse grond gespeeld werden.
Het eindtoernooi vond plaats in Spanje. Titelhouder Sovjet Unie was
wederom van de partij en won in de halve finale met 3-0 van
Denemarken, terwijl Hongarije verloor van het gastland. Spanje
ontmoette de Sovjet Unie in de finale en ditmaal gaf Generaal Franco
toestemming om de wedstrijd door te laten gaan. In de hevige reden in
voor 79,115 toeschouwers in het Santiago Bernabéu Stadion in Madrid,
won Spanje met 2-1.
Het Europees Landenkampioenschap werd in 1968 het Europees
Kampioenschap voetbal en 31 landen schreven zich in. De opzet
veranderde. In een kwalificatietoernooi werden door loting acht
groepen gecreëerd. De winnaar van elke groep gingen door naar de
kwartfinales, die over twee wedstrijden gespeeld werd. De halve
finales werden, zoals voorheen, gehouden in het gastland. Ditmaal was
dat Italië.
Het opvallendste resultaat in de voorronde was de uitschakeling van
vice-wereldkampioen Duitsland door Albanië. In één van de vier
kwartfinales ontmoette wereldkampioen Engeland de regerend Europees
kampioen, Spanje. Engeland ging verder met een doelsaldo van 3-1 ma 2
wedstrijden. In de halve finale speelde gastland Italië tegen het
sterke Sovjet-Unie en ontmoette Engeland Joegoslavië. Nadat er na 120
minuten geen doelpunt gevallen was, won Italië zijn wedstrijd doordat
het de toss won, terwijl in de andere wedstrijd Alan Mullery de eerste
speler werd die er in een interland uitgestuurd werd, terwijl
Joegoslavië doorging.
In de finale had een controversiële beslissing van de Zwitserse
scheidsrechter Dienst het nodige effect op de uitslag. Toen
Joegoslavië met 1-0 voorstond nam Italië snel een vrije trap toen de
Joegoslaven nog aan het terugtrekken waren. Italië scoorde hieruit. De
scheidsrechter keurde verrassend het doelpunt goed. Nadat er hierna
niet meer gescoord werd, kwam er een reply. De Italiaanse bondscoach
Ferruccio Valcareggi voerde vijf wissels door, Joegoslavië geen.
Vermoeidheid maakte het verschil in de finale, die Italië met 1-0 won.
Het toernooi behield in 1972 dezelfde structuur en in de groepsronde
waren er weinig verrassingen. In de kwartfinale schakelde een
uitstekend spelend West-Duitsland Engeland uit, terwijl de Sovjet Unie
voor de vierde maal op rij zich plaatste voor de eindronde door een
overwinning op Joegoslavië. De verrassing van het toernooi was België,
dat titelhouder Italië uitschakelde. Bij het eindtoernooi in België
lootte het gastland favoriet West-Duitsland,dat met 2-0 won dankzij
doelpunten van Gerd Müller. Ondertussen bereikte de Sovjet Unie ten
koste van Hongarije de halve finale. De Duitsers wonen de finale met
3-0, dankzij weer twee doelpunten van Müller, die er 11 scoorde
tijdens het toernooi. Twee jaar later zou hetzelfde team in eigen land
wereldkampioen worden.
Het eindtoernooi van 1976 werd gehouden in Joegoslavië. In het
kwalificatietoernooi werd de aller eerste ‘groep des doods’ geloot,
waarin de nummer twee van het vorige WK (Nederland) samengebracht werd
met nummer drie (Polen) en Italië. Finland completeerde te groep.
Nederland, met Johan Cruijff in de gelederen, ging onder andere door
een 1-5 uitoverwinning in België door naar het eindtoernooi.
Ondertussen bereikte het kleine Wales voor de enige keer in de
geschiedenis de volgende ronde, waar het verloor van Joegoslavië. In
de andere kwartfinales won West-Duitsland met 3-1 van Spanje terwijl
Tsjecho-Slowakije won van de Sovjet Unie, dat verschillende malen in
het toernooi enkel bestond uit spelers van Dynamo Kiev, waaronder de
Europees Voetballer van het Jaar, Oleg Blochin.
In de halve finale tussen Tsjechië en Nederland werden er drie spelers
uit het veld gestuurd, waarna 10 Tsjechen te sterk bleken voor negen
Nederlanders. In de andere wedstrijd kwamen de onverslaanbaar geachte
Duitsers 2-0 achter tegen Joegoslavië bij rust, waarna het zich
terugvocht tot 2-2 en tijdens de verlenging de 4-2 eindstand
vastlegde. De finale was een duel van hoge kwaliteit waarin de
Tsjechen al snel met 2-0 voorkwamen. Weer vochten de Duisters zich
terug en na een verlenging zonder verdere doelpunten volgden
strafschoppen. De Tsjechen leidden met 4-3 na 7 strafschoppen toen Uli
Hoeness zijn penalty over schoot. Antonín Panenka nam onder een
immense druk vervolgens één van de beroemdste penalty’s ooit. Panenka
lobte de bal recht door het midden over Sepp Maier, die reeds een hoek
gekozen had. De Tsjechen werden dankzij deze beroemde
‘Panenka-penalty’ kampioen.
Een nieuw formaat ging van start in 1980. Na de kwalificatierondes
gingen acht in plaats van vier team naar het eindtoernooi, die wederom
in Italië gehouden werden. De teams zouden elkaar in twee groepen van
vier ontmoeten. De twee groepswinnaars zouden automatisch
gekwalificeerd zijn voor de Finales. West-Duitsland, Tsjecho-Slowakije
en Nederland ware in de ene groep, Italië, Spanje, Engeland en België
zaten in de andere.
De Duitsers zegevierden opnieuw ten koste van Oranje. In de wedstrijd
die de groepswinst zou bepalen won West-Duitsland dankzij drie
doelpunten van Klaus Allofs drie maal. In de andere groep versloeg
België Spanje terwijl het gelijkspeelde tegen Engeland in een
wedstrijd die gekarakteriseerd werd door problemen met het publiek.
Met een doelpuntloos gelijkspel tegen Italië verzekerden de Rode
Duivels zich van een plaats in de finale.
De finale was een goede wedstrijd. West-Duitsland kwam vroeg op
voorsprong door Horst Hrubesch, maar België kwam gelijk door een
doelpunt van René Vandereycken na 75 minuten. Terwijl de extra tijd in
het verschiet lag, zorgde een tweede doelpunt van Hrubesch voor een
overwinning.
In 1984 keerde de halve finales terug tijdens een eindtoernooi dat in
Frankrijk gehouden werd. De twee groepen bleven, maar ditmaal gingen
de nummers één en twee van elke groep door. Groep een bestond uit het
gastland, met een inspirerende Michel Platini, een getalenteerd
Denemarken, Joegoslavië en België dat geleid werd door een jonge Enzo
Scifo. Groep twee bestond uit titelhouder West-Duitsland, Portugal,
Spanje en Roemenië, dat regerend wereldkampioen Italië in de
kwalificatieronde had uitgeschakeld.
Het veel scorende Frankrijk bereikte de halve finale zonder al te veel
moeite. De aanwezigheid van Platini maskeerde het gebrek aan
doelpuntenmakers in de aanval met zijn doelpunten vanaf het
middenveld. Denemarken bereikte de andere halve finale ten koste van
België. In groep twee was het een stuk spannender. Alle teams hadden
toen de laatste wedstrijdronde aanbrak nog een kans op een plek ik de
volgende ronde. Een attractief spelend Portugal ging door dankzij een
1-0 overwinning op Roemenië en voor de afwisseling verloor Duitsland
eens in de eindfase van een wedstrijd, door toedoen van een laat
doelpunt van Maceda.
De halve finale tussen Frankrijk en Portugal werd een klassieker, die
bol stond van aanvallend voetbal en na 90 minuten in 1-1 eindigde.
Portugal kwam op voorsprong in de verlenging maar de Fransen vochten
zich terug in de wedstrijd wat leidde tot een gelijkmaker, voordat een
doelpunt van Platini in de laatste seconden Frankrijk naar de finale
bracht. Ook de andere wedstrijd was spannend en had een
strafschoppenserie nodig om de winnaar aan te wijzen. Spanje nam de
strafschoppen beter dan Denemarken, nadat de wedstrijd in 1-1
eindigde.
Frankrijk nam de leiding in de finale nadat de Spaanse doelman Luis
Arconada een vrije trap van Michel Platini onder zich door liet gaan.
Een tweede goal van Bruno Bellone laat in de wedstrijd bracht de
beslissing, wat betekende dat Frankrijk in eigen huis haar eerste
grote internationale prijs won.
Het toernooi dat in 1988 in West-Duitsland gehouden werd, gebruikte
dezelfde indeling als in 1984. De Duitsers kwalificeerden zich in
Groep A voor de halve finale samen met Italië, ten koste van
Denemarken en Spanje. In de andere groep eindigde Engeland als laatst.
Underdog Ierland bereikte op een haar na de halve finale, ware het
niet dat een ‘lucky goal’ van Wim Kieft het Nederlands Elftal (met
Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Marco van Basten, volgens velen de
beste spits in de wereld) langszij bracht. In groep B eindigde de
Sovjet Unie als eerste, gevolgd door Oranje.
De eerste halve finale was een duel tussen de Duitsers en de
Nederlanders. Duitsland kwam op voorsprong door een benutte strafschop
van Lothar Matthaus. De gelijkmaker kwam ook uit een penalty, ditmaal
benut door Ronald Koeman. Twee minuten voor tijd maakte Marco van
Basten de beslissde treffer die, behalve een revanche op vorige
nederlagen, Oranje recht gaf op een finale plaats. De Sovjet Unie
versloeg in de andere halve finale Italië door doelpunten van Gennadiy
Litovchenko en Oleg Protassov. Middenvelder Oleg Kouznetsov moest
echter door een tweede gele kaart de finale missen.
In de finale gaven de Sovjet Unie en Nederland elkaar goed partij. Een
doelpunt van Ruud Gullit zorgde voor een 1-0 stand bij rust. In de
tweede helft trok Nederland definitief de wedstrijd naar zich toe door
een zeldzaam prachtige goal van Marco van Basten. Vanuit een
onwaarschijnlijke hoek schoot hij een voorzet van Arnold Mühren met
een volley achter doelman Rinat Dassajev. Hans van Breukelen weigerde
de Sovjet Unie een kans te geven om terug te komen, door een penalty
van Igor Belanov te stoppen. Nederland won dat jaar, onder leiding van
‘De Generaal’ Rinus Michels, zijn eerste (en enige) grote prijs tot nu
toe.
Het toernooi van 1992 werd gehouden in Zweden in een tijd van grote
politieke veranderingen binnen Europa. Voor de eerste maal was een
verenigd Duitsland aanwezig. Het uiteenvallen van de Sovjet Unie
betekende de aanwezigheid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten
(GOS) en de burgeroorlog in Joegoslavië leidde tot uitsluiting van dit
land tot de eindronde. De Joegoslaven werden vervangen door
Denemarken.
Uit groep één gingen Zweden en Denemarken door ten koste van Engeland
en Frankrijk, twee favorieten voor aanvang van het toernooi. In groep
twee gingen regerend kampioen Nederland en Wereldkampioen Duitsland
door en waren Schotland en het GOS uitgeschakeld. In de eerste halve
finale versloeg Duitsland een door schorsingen geplaagd Zweden. In de
andere halve finale werd het favoriet geachte Nederland verslagen door
Denemarken. Een uitstekend keepende Peter Smeichel zorgde keer op keer
voor frustraties bij het hevig aanvallende Nederlands Elftal. De Denen
kwamen twee maal op voorsprong, evenveel keer kwam Oranje terug. Toen
er na 120 minuten strafschoppen genomen moesten worden, was het
uitgerekend Marco van Basten, de ster van vier jaar eerder, die
mistte. De Denen gingen door naar de finale, waarin het uitstekend
speelde. Het gunde tegenstander Duitsland weinig kansen en doelpunten
van John Jensen en Kim Vilfort in de tweede helft waren genoeg voor de
eerste welverdiende titel.
Vanwege het uiteenvallen van vele Oostbloklanden schreven maar liefst
48 landen zich in voor het toernooi in 1996. Hierdoor werd besloten om
de structuur van het toernooi wederom te wijzigen. Voor de eerste mail
konden 16 teams zich plaatsen voor de eindronde, ditmaal in Engeland.
De teams speelden tegen elkaar in vier groepen van vier, waarbij de
bovenste twee van iedere groep doorgaan naar de kwartfinales. Meer dan
een miljoen fans bezochten de wedstrijden. Engeland kwalificeerde zich
samen met Nederland in groep A. Uit groep B gingen Frankrijk en Spanje
door ten koste van Bulgarije en Roemenië. In Groep C bleef het tot op
de laatste speeldag spannend. Een goal van Vladimir Smicer voor
Tsjechië tegen Rusland in de laatste minuut zorgde voor de
uitschakeling van Italië. Duitsland had zich reeds comfortabel
geplaatst. In Groep D kwalificeerden Kroatië en Portugal zich, terwijl
Turkije en Denemarken na de eerste ronde naar huis konden.
Gastland Engeland won met geluk de kwartfinale tegen Spanje, dat twee
doelpunten afgekeurd en een penalty onthouden zag worden. De Engelse
doelman David Seaman werd de held van het volk toen zijn reddingen in
de strafschoppenreeks Engeland een ronde verder bracht. De wedstrijd
tussen Frankrijk en Denemarken bleef ook doelpuntenloos, waardoor een
gemiste penalty van Clarence Seedorf in de strafschoppenreeks voor
Oranje de uitschakeling betekende. In een harde wedstrijd tussen
Kroatië en Duitsland zegevierde de Duitsers met 2-1, mede doordat de
Kroaat Igor Stimac met rood van het veld ging. In de laatste
kwartfinale schakelde Tsjechië Portugal uit door een doelpunt van
Karel Poborsky in de tweede helft.
De halve finale tussen Engeland en Duitsland was een titanengevecht.
Engeland kwam op een 1-0 voorsprong door een goal van Alan Shearer,
Duitsland maakte dankzij Stefan Kuntz gelijk. Tijdens de verlenging
werd de nieuwe regel van de ‘Golden Goal’ gehanteerd, maar hier werd
niet van geprofiteerd, Darren Anderton miste een opgelegde kans
terwijl een doelpunt van Stefan Kuntz afgekeurd werd. Tijdens de
penaltyserie mistte Gareth Southgate zijn strafschop, waardoor Andres
Möller Duitsland naar de finale schoot. De tegenstander in die finale
was Tsjechië, dat in de andere halve finale Frankrijk na strafschoppen
verslagen had.
Underdog Tsjechië kwam in de finale na een uur op voorsprong door een
benutte strafschop van Patrik Berger. Berti Vogts bracht Oliver
Bierhoff in, die na enkele minuten reeds de gelijkmaker op het
scorebord bracht. De wedstrijd werd verlengd en voor de eerste maal in
de geschiedenis bracht een Golden Goal de beslissing. Oliver Bierhoff
scoorde zijn tweede doelpunt en zorgde dat de Henri Delaunay Trofee
voor de derde maal in Duitsland terecht kwam.
|